Materia in Berlijn
Binnen twintig jaar heeft de Duitse stad Berlijn een gedaanteverwisseling ondergaan die nog het meest doet denken aan een extreme makeover. De eens sombere stad leent zich nu bij uitstek voor een heerlijk weekendje weg. Esther (40) en Maaike (34) gingen er voor ‘Mijn Daihatsu’ op onderzoek. Een wonder: zo zou je de metamorfose van Berlijn eigenlijk wel kunnen noemen. Want niet alleen werden in amper twintig jaar tijd de grijze betonnen kolossen neergehaald om plaats te maken voor de hypermoderne architectuur; de stad onderging bovenal ook een imagoverandering. Stond Berlijn – of in ieder geval het Oost-Duitse gedeelte van de stad – vóór 1990 voor een socialistische heilstaat inclusief mythische grensbewaking rond de Berlijnse muur, vandaag de dag is Berlijn misschien wel hipper dan welke andere Europese stad ook, inclusief een nachtleven dat door internationale feestgangers als het beste ter wereld wordt omschreven. En dat alles op ruim 600 kilometer van Utrecht. Dichterbij dan je denkt dus. Bovendien is Berlijn waarschijnlijk de makkelijkste metropool om naartoe te gaan. Dankzij de Duitse autobahnen is het eenvoudiger te bereiken dan Parijs – waarvoor je niet alleen twee grenzen over moet, maar ook de drukte van Antwerpen moet zien te trotseren. Onze snelweg A1 voert vanuit Amsterdam in één lijn naar Duitslands kloppende culturele hart.

Spookachtig

Wij stappen om 10:00 uur in onze Materia en tikken in ons navigatiesysteem het adres van het Estrel-hotel in hartje stad in. Volgens het apparaat arriveren we om 16.30 uur, maar een beetje optimistisch is dat wel. Want we maken natuurlijk wel een tussenstop, of twee. In Marienberg bijvoorbeeld, waar de voormalige grenspost tussen Oost- en West-Duitsland spookachtig opdoemt. Als je stopt bij de bijbehorende Raststätte kun je zo een half uurtje ronddwalen in het gigantische complex. Vanaf hier is het nog een kleine twee uur rijden naar Berlijn. Vlak voor de hoofdstad koersen we naar Neukölln, waar het hotel is gelegen. Als we hebben ingecheckt in het hotel besluiten we de stad te verkennen, met de auto. Rijden door Berlijn gaat verrassend goed. Je hebt wel een milieusticker nodig om de binnenstad in te komen. Gelukkig waren we goed voorbereid en hadden we die al bij de Daihatsu-dealer besteld. We rijden voorbij de Siegessäule en de Brandenburger Tor, over Unter den Linden en de Alexanderplatz: van west naar oost. Met een beetje fantasie waan je je het ene moment nog altijd in het flamboyante Parijs, het volgende moment – aan de andere kant van de inmiddels onzichtbare Muur – ben je in Moskou. Het is een makkie. We besluiten de volgende dag de auto in een van de garages te parkeren en er vanaf daar te voet op uit te trekken.

Potsdamer Platz

Parkeren in het centrum van Berlijn is makkelijk. Je vindt overal parkeergarages die bij een hotel horen, maar waar ook niet-gasten terechtkunnen. Zo kan het zomaar zijn dat je met de lift uitstapt in de lobby van een luxe hotel en je parkeerkaartje betaalt bij de receptie. Vanuit daar wandel je simpel en snel door het centrum. Naar het Hauptbahnhof, het centraal station van Berlijn, helemaal gebouwd van glas: een fraai staaltje architectuur. Of de Potsdamer Platz. Nog geen tien jaar geleden een grote bouwput, en nu het centrum van het nieuwe Berlijn. Torenhoge gebouwen van de Deutsche Bank, PricewaterhouseCoopers en Sony domineren het grote plein. Die laatste toren is niet alleen het bijzondere kantoor van Sony, maar herbergt tevens megabioscopen en talloze restaurants. Wij lunchen er bij Vapiano: een Italiaans restaurant met een geweldig zicht op de chaos van de Potsdamer Platz. Daarna hangen we echt de toerist uit. We zien de Reichstag, de Berliner Dom, de Gedächtniskirche en Checkpoint Charlie: de beruchte oude grenspost. Het museum dat erbij hoort, toont indrukwekkende foto’s en voorwerpen die gebruikt zijn bij vluchtpogingen naar het westen. Je wordt er met de neus op de feiten gedrukt. Maar zodra je weer buitenkomt, sta je direct weer in het nu: een eettent met de illustere naam Snackpoint Charlie lacht je tegemoet.

Stadsstranden

Met de radicale verbouwing van Berlijn is een gedeelte van de stad opnieuw ingericht door toparchitecten. Neem het Alexanderplatz. Ook hier weer hypermoderne torenflats, waarvan sommige open zijn voor het publiek. Zo kun je op Alexanderplatz 5 met de lift naar boven voor ‘Week12end’: een zaak met waanzinnig dakterras. Wie al die spiegelende gebouwen zat is, kan naar Kreuzberg. Vroeger was dit een slechte buurt met veel criminaliteit, maar nu is het een van de populairste wijken van de stad. Er is inmiddels ook een scala aan bars, cafés en restaurants te vinden. Van een heel eenvoudige döner-kebabzaak tot een superhip restaurant en werkelijk alles daartussenin. En wie vanuit Kreuzberg via de Puschkinallee een stukje verderop wandelt richting Treptow moet zeker een bezoekje brengen aan de Arena. In de oude fabriekspanden van het gemeentevervoerbedrijf zijn vandaag de dag allerlei kunstzinnige organisaties gevestigd. De meest tot de verbeelding sprekende is zonder twijfel het ‘Badeschiff’: een drijvend zwembad in de rivier, compleet met strand, bar plus zonnedek met ligstoelen. Liggend in het water kun je zwaaien naar voorbijkomende bootjes en genieten van het prachtige uitzicht. Stranden zijn sowieso populair in Berlijn. Jazeker. De kust mag dan honderden kilometers ver weg liggen: het stadsstrand is zo ongeveer uitgevonden in de Duitse hoofdstad. Bij het Hauptbahnhof vind je een aantal heel grote stadsstranden, maar de kleintjes die aan de rivier de Spree zijn gemaakt, zijn leuker.

Prenzlauer Berg

Wie op zoek is naar designerboetieks, galeries, cocktailbars en nachtclubs, moet absoluut naar Prenzlauer Berg, vlak bij het centrum. Oude gebouwen en nieuwe architectuur zijn hier fraai gecombineerd. Je vindt er dingen die je nergens anders zult vinden. Trends worden hier geboren, maar waaien ook even snel weer voorbij. Hotspots zijn de voormalige brouwerijen ‘Kulturbrauerei’ en ‘Pfefferberg’, maar ook de drukke Kastanienallee met zijn superhippe winkels is een bezoek waard. De Pratergarten (Kastanienallee 7-9) is een leuke tip om op adem te komen. Eenmaal binnen sta je plotseling op een gigantische binnenplaats met lange banken en tafels en daarboven gezellige lampjes die tussen de bomen zijn gespannen. Een groene oase in de stad, ook in de avond een prima verzamelplaats. Wij eten even verderop bij een restaurantje dat uitkijkt op de watertoren in het centrum van de wijk. De diversiteit aan mensen die je vanaf dit terras voorbij ziet komen, is zowaar nog groter dan op de Potsdamer Platz.

Luieren in de paleistuinen

Na een drankje in de lobby van het hotel duiken wij het bed in. We hebben kilometers door de stad gewandeld en besluiten het de volgende dag wat rustiger aan te doen. We bezoeken de Kurfürstendamm nog even – dé winkelstraat van Berlijn – maar zoeken na de drukte toch vooral de rust op. Dat kan goed in Berlijn. Het is een van de groenste steden van Europa, want ongeveer een vierde van de stad bestaat uit parken, meren, rivieren en andere groenplaatsen. Schloss Charlottenburg, aan de westkant van de stad, is wat dat betreft een aanrader. Als we de stad uit rijden, komen we er praktisch langs. Wandelend door de mooie paleistuinen waan je je al snel een prinses. Wat een rust na een enerverende ervaring. Berlijn bruist, dat lijdt geen twijfel. Maar je kunt er ook heerlijk op adem komen.